Niet blij

Meestal word ik heel blij van hardlopen. Vandaag niet. Toen ik opstond goot het van de regen. Niks aan de hand, meestal is het weer voorbij tegen de tijd dat ik naar buiten ga.
Maar toen ik ontbeten had regende het nog, en toen ik naar de buurvrouw liep waarmee ik hardloop, was het nog steeds niet over. Maar ik was optimistisch, het leek wat lichter geworden. En ik hoorde vogeltjes zingen, voor mij een teken dat het droog wordt.

Nou, mooi niet. Het bleef regenen. In het bos was het zo nat en blubberig onder het dikke dek van afgevallen bladeren, dat het niet leuk was. We maakten snel rechtsomkeert en kozen een andere route, over het fietspad langs het bos, maar ook langs de provinciale weg. Dus verkeerslawaai en een saaie lange weg. Er kwam geen einde aan, want wat had ik een zin om even uit te blazen, ik hoopte op een rood stoplicht. Dat kreeg ik, en 30 seconden rust. Ondertussen regende het maar door. We sopten terug naar huis en stopten bij onze vaste plek om te rekken en strekken, in de regen.
We hoorden een vogeltje zingen.
“Ja, en jij mag ook je bek houden,” zei ik. Ik was niet blij.

Geplaatst in Hardlopen, Van die dingen | Een reactie plaatsen

Dalziel & Pascoe (2)

Als je een beetje fantasie hebt, kan alles de opening van een detective zijn. Zoals deze scène: achter een computer zit iemand te schrijven (op een of andere manier is dat dan weer wél een vrouw van 53 met een bril), ze schrijft een weblog zien we, haar eigen foto staat erboven. Ergens vaag op de achtergrond klinkt een xylofoontje. De schrijfster pleegt een telefoontje, ze moet iemand interviewen. Buiten hoor je wat kindergeroep. Ze schrijft iets in haar agenda, slaat hem dicht en staat op om een kopje kruidenthee te maken. Terwijl ze wacht tot het water kookt, kijkt ze uit het raam van haar werkkamer. Op het schoolplein schuin achter haar huis staat een jongetje van een jaar of zes. Alleen. Hij speelt op zijn xylofoontje. En dan roept hij iets. Hij schreeuwt. Hij huilt niet, maar schreeuwt. Ze kijkt er even naar. Vreemd, de school is toch al even uit? Ze weet het eigenlijk niet, de geluiden van de school horen zo bij het dagelijks leven, dat ze niet weet hoe lang geleden de school uitgegaan is. Maar een schreeuwend jongetje, alleen, dat klopt niet. Ze besluit er naartoe te gaan.
“Wat is er aan de hand,” vraagt ze hem, “is je mama niet gekomen?” “Nee, mijn oppas moet me ophalen, maar ze is er niet,” zegt hij. Gelukkig is hij niet over zijn toeren – o nee, in de film is hij natuurlijk helemaal over zijn toeren en snottert het uit.
We switchen naar het huis van de oppas. De voordeur staat half open, glas op de mat, een voet steekt de gang in… nou, dan weten we eigenlijk al genoeg…

In het echt rammelde ik aan de deuren van de school, maar er was niemand meer. Gelukkig wist het jongetje wel de naam van de oppas: Flora B. Ik stelde voor om haar op te bellen, maar hij wist het nummer niet. Dan maar naar mijn huis en het nummer op internet opgezocht, en gevonden. Ze was thuis. En ze was het vergeten. Oei. Ze kwam meteen om Sietze – want zo heette hij – op te halen. Ze schaamde zich diep.
Terecht, lijkt mij.
En ontslag ook.

Geplaatst in Van die dingen | Een reactie plaatsen

Dalziel & Pascoe (1)

Heb je dat ook weleens? Dat het lijkt alsof je in de openingsscène van Dalziel & Pascoe of Silent Witness zit? Ik heb dat regelmatig. Vorige week nog, ik was aan het hardlopen in het bos. In de verte zag ik iets op het pad liggen, ter hoogte van de parkeerplaats. Iets donkers, langwerpig. Meteen gaan er dan allerlei flitsen door me heen: iemand onwel geworden, reanimeren, de BeeGees zingen Staying Alive (hier heb ik een ander stukje over geschreven). Dichterbij gekomen is het donker plastic, zwart. Lijk in zak, afrekening drugscircuit, gaat er door mijn hoofd. Onder de klanken van Beethoven of Pachelbel loopt de jogger (meestal geen zwetende vrouw van 53 maar twee blonde meisjes van 19 met paardenstaarten – alleen al daarom zou ik beter moeten weten, maar affijn) naar de plastic zak en trekt eraan. Het toegetakelde en allang dode lijk valt eruit … CUT! Zo zou het dan gaan bij Frost of The Commander, of Baantjer voor mijn part.
Bij mij ging het anders. Het was alleen een zak, een lege plastic vuilniszak, die iemand gewoon niet in de vuilnisbak had gedaan. Dat was alles.

Maar gisteren dacht ik het toch echt. Ik was ’s avonds naar de sauna. En dan is het altijd zo heerlijk om naar buiten te zwemmen in het donker. Een paar ieniemienie blauwe lampjes verlichtten het zwembad, waar helemaal niemand was, uitzonderlijk. Ook verder was het heel rustig, de terrassen waren leeg, het bubbelbad stil.
Wauw, dit is mooi: het licht, de damp boven het water, de stilte, de sterren – al zie ik die laatste niet zo heel scherp zonder bril. Ik begin te zwemmen, na een paar slagen zie ik iets in mijn ooghoek. Ik kijk eens goed, er ligt iets op de bodem van het zwembad!! Iets bruinigs langwerpigs… Nu doe ik echt mij best om het scherp te kunnen zien: het is een ster. Er ligt een ster van verschillende kleuren tegels op de bodem van het zwembad, een van de stralen is lichtbruin. Pfff…

Nou ben ik toch al een keer of twintig in die sauna geweest, altijd gezwommen in dat zwembad, maar nog nooit die ster gezien. Bizar.

Maar ook nog nooit een lijk gevonden! Gelukkig.

Geplaatst in Hardlopen, Van die dingen | Een reactie plaatsen

Goedenavond

Blijkbaar zijn de spelregels veranderd, maar hebben ze mij niks verteld. En als ik dan twee keer achter elkaar verlies, heb ik behoorlijk de smoor in.

Wat was het geval. Het was snertweer – natuurlijk – en ik liep naar de bushalte op het Neude. Netjes op tijd was ik, maar de 53 was nog meer op tijd. Oftewel, te vroeg, en hij reed voor mijn neus weg. Nou ja, over 7 minuten gaat de 52, die is eigenlijk handiger, want daar ben ik vanmorgen ook ingestapt en daar staat mijn fiets. Vanaf de 53 moet ik anders een stukje lopen.

Neude is een enorm drukke halte, alle bussen naar het oosten van Utrecht stoppen er. Het is ook een enorm lange halte, er kunnen wel vijf bussen achter elkaar staan.
Daar is weer een dubbele bus naar het WKZ, erachter de 77, daar heb ik niks aan. Ik neem mijn positie in het bushokje weer in. Als de 77 weer gaat rijden, zie ik daarachter – op de vierde plek dus – nog een bus staan. De 52, ook weer vroeg. Een beetje aarzelend loop ik die kant op, want hij sluit zijn deuren en begint te rijden. Stopt ie nou achter de 77 die nog voor het stoplicht moet wachten?? Ik steek mijn hand uit. De chauffeur kijkt me aan, maar hij stopt niet. De 77 trekt op en de 52 rijdt rustig door, tot vooraan de halte. “Oja, heb je weer zo’n pietjeprecies,” denk ik, “zo een die alleen maar passagiers inneemt bij het haltebordje. Nou, ik doe wel mee hoor, zeikerd.” Ja, mijn humeur is behoorlijk gedaald. Ik loop mee naar de voorkant van de bus, maar hij stopt helemaal niet bij het haltebordje. Hij rijdt gewoon rustig door!! Gr%#@&*%!! Ik ben té verbluft om een sprintje in te zetten en op de deur te bonken. Want ik weet zeker dat ik hem nog ingehaald had. Eens kijken of hij me dan ook genegeerd had, voor een bus vol passagiers. Wat een ongelooflijke klo%#@&*^%!!

Zennn… Ik geef me over, er zit niks anders op dan te wachten op de volgende. Als de 53 eraan komt, stopt hij al op de brug vóór de halte, heel apart. Er staan nog twee bussen bij de halte, als hij langzaam weer gaat rijden. Maar waar gaat-ie nou stoppen? En waar mogen we instappen? Stopt-ie achter de bus die nu nog op de halte staat, of wacht-ie tot de halte helemaal leeg is? Ik weet niet waar ik naartoe moet lopen.

Uiteindelijk stopt de bus vooraan de halte. Bij het haltebordje. Ik stap in.
“Goedenavond.”
“Goedenavond.”

Geplaatst in Van die dingen | Een reactie plaatsen

Lieve collega-hardloper

De wintertijd is ingegaan, en dat was gisteren goed te merken. Toen ik om 18.15 uur wegging van mijn kantoor, was het al helemaal donker. Oeps, dat was even wennen.

Niet dat ik het donker erg vind, nee, daar hou ik eigenlijk wel van. Het is meer het kunstlicht waar ik dan last van heb. Verblindende koplampen van tegemoetkomende auto’s, straatlantaarns die niet werken op sommige delen van mijn route, en niet in de laatste plaats mijn eigen fietskoplamp die nou niet echt veel bijdraagt aan het zicht. Daar heb ik last van. En als het dan nog regent ook, dan is het plaatje helemaal compleet. Ik draag namelijk een bril. Normaal gesproken een hulpmiddel waar goed mee te leven valt. Maar onder voornoemde omstandigheden wordt het dragen van een bril een regelrechte handicap, zoiets als kapotte ruitenwissers bij een auto.

Nou, en?, zul je denken. Nou, dit: het fietspad waarover ik naar huis rijd is namelijk ook een geliefde hardlooproute. En dat is niet goed voor mijn hart. Hardlopers in modieuze sportkleding – zwarte broek, zwart jasje, zwarte muts en handschoenen – duiken ineens op voor mijn voorwiel en bezorgen mij zo een hartverzakking. Gelukkig is het altijd wel goedgegaan, maar, lieve collega-hardloper die er in weer en wind opuitgaat, denk je nou echt dat een bandje met knipperende lichtjes om je arm en reflecterende strepen aan de zijkant van je broek genoeg zijn om door andere weggebruikers in het donker en met slecht weer gezien te worden? Dat een koplampje of een rode reflector op je rug voldoende is om tussen het overige verkeer opgemerkt te worden?

Ach ja, meestal gaat het ook wel goed. Maar denk je ook aan mij en mijn hart? Die fietser met bril, in de regen, in het donker?
Asjeblieft?

Geplaatst in Hardlopen, Van die dingen | Een reactie plaatsen

Huishoudfolie… mmm…

Soms kun je zo ontzettend genieten van hele kleine dingen. Zo geniet ik momenteel enorm van het afsnijden van huishoudfolie… mmm… Of een velletje aluminiumfolie… aahh…  een stuk keukenpapier… rats! Heerlijk.

Jarenlang had ik namelijk zo’n keukengeval – het heet vast een “automaat” of een “dispenser” of zoiets – met aluminiumfolie, plasticfolie en keukenrol, dat vanalles deed behalve het normaal verstrekken van de gevraagde materialen. Wilde je een velletje van de keukenrol pakken, dan viel de rol eruit en stuiterde vervolgens door de hele kelder heen. Of, als je hem probeerde tegen te houden, dan viel het hele geval van de muur en dan buitelden er drie rollen over de grond. Plasticfolie kon alleen geperforeerd worden. Dus niet in een keer doorsnijden, maar met snedes van een halve centimeter. Bij papier zou dat wel werken, dan heb je een mooie scheurlijn. Maar bij plasticfolie dus niet. Aluminiumfolie werd altijd opgehoopt, dat wil zeggen, het mesje schoof de folie zigzag op naar één kant, waarna je een prop folie kon afscheuren die je eerst voorzichtig moest uitvouwen. Kortom, een onhandig en bovendien lelijk en plomp ding, in zijn jaren ’70 bruinbeigecombinatie.

Nou, zul je zeggen, koop dan eens een nieuwe “kitchenfriend”. En dat wilde ik best, maar op een of andere manier kwam dat er nooit van. Je denkt er nooit aan als je boodschappen gaat doen, en het is ook geen ding waar je voor gaat shoppen. En, nog een moeilijkheid, in de Hema ben ik hem nooit tegengekomen, anders had ik er misschien wel eerder aan gedacht.

Maar nu heb ik er een. Ik was bij de kringloopwinkel en daar lag-ie. Mooi wit, van Leifheit, met een plakkertje erop: 9,50. Dat viel me nog behoorlijk tegen. Maar ja, je moet wat overhebben voor een gestroomlijnd huishouden, nietwaar. Dus vooruit, meenemen dat ding. “Nee,” zei de mevrouw bij de kassa, “dat klopt niet hoor. Dat moet 95 cent zijn.” Ja, natuurlijk, dat zijn kringloopprijzen: 95 cent voor een Leifheitfreund. Samen met de twee keer 15 cent voor een paar allerliefste likeurglaasjes was ik voor 1,25 klaar en gelukkig.
En ik geniet er elke dag van.
Wat is-ie mooi wit en gestroomlijnd van model. Wat gaan de rollen er handig in. En wat komt het er snel en mooi glad vanaf: zo’n stukje aluminiumfolie… aahh… een velletje huishoudfolie… mmm… En dan die keukenrol… rats!
Heerlijk!

Geplaatst in Fijne dingen | Een reactie plaatsen

Goed zo, NS

Ik ging met de trein naar Den Bosch. Toen ik me net lekker geïnstalleerd had met mijn boek en cappuccino, vertrok-ie niet. Vroeger hoorde je dan helemaal niks, tegenwoordig roepen ze om dat de trein nog niet kan vertrekken. De conductrice vertelde er wel bij dat ze niet wist wat de reden was. Ja, dat willen we natuurlijk weten. Er is vast onderzoek naar gedaan dat passagiers minder moeite hebben met vertragingen als ze de oorzaak weten. Al gaat dat natuurlijk niet altijd op, wie herinnert zich niet de ‘vierkante wielen’ en de ‘bladeren op de rails’? ‘Sneeuw in de wissels’ was vorig jaar een veelvoorkomende oorzaak van vertraging of uitval. En voer voor cabaretiers en andere stukjesschrijvers.

Vandaag was het gewoon ‘een wissel die niet werkt en de passagiers worden verzocht de trein te verlaten.’ Ook op het tegenoverliggende spoor kon de trein niet weg. Dus alle passagiers uit beide treinen stapten tegelijk uit en wilden allemaal met de roltrap naar boven. Toen deed de NS iets heel slims: beide roltrappen werden in de ‘omhoog’stand gezet. Ik vond het geweldig, geen gedrang en geduw, iedereen kon op zijn of haar gemakje de roltrap nemen want er was toch plaats genoeg. Wat een slimme actie van de NS. Klantvriendelijk. Misschien is het inmiddels standaard, dat weet ik niet, maar ik was aangenaam verrast. Goed zo, NS.

Tien minuten later ging er wel een trein naar Den Bosch, vanaf hetzelfde spoor waar we net vandaan kwamen. Dus iedereen weer terug. Beetje jammer nou weer dat de roltrappen nog steeds allebei in de ‘omhoog’stand stonden …
Dat kan beter, NS.

Geplaatst in Fijne dingen, OV, Van die dingen | Een reactie plaatsen

Bleh

Verjaardagen, ik heb er niet zo veel mee. De traditionele verjaardagen probeer ik altijd te vermijden. Koffiedrinken en taart eten in een kring, en daarna wijn drinken en toastjes met kaas eten. Bleh. Als je pech hebt, is er 1 buurman of zwager die de lolligste is en het hele gezelschap entertaint. Bleh. Of zit je in een groepje buurvrouwen of (schoon)zussen die het alleen maar hebben over de zwemles van hun jongste of de spinazieallergie van de oudste. Bleh.

Ja, mijn 50e verjaardag, die was leuk. Ik had een stuk of 50 mensen uitgenodigd om te komen koken en eten. Manlief had alles voorbereid en we hadden een grote horecakeuken met toebehoren tot onze beschikking om de gerechten af te maken en de borden op te maken. Af en toe riep mijn zwager: “Er zijn nu mensen nodig in de keuken,” of “Wie helpt even met uitserveren?” Dan sprongen er een paar op die de handen uit de mouwen staken en alles liep gesmeerd. Door al dat heen en weer geloop had je ook geen kliekjes en iedereen zat elke keer bij een ander aan tafel. Supergezellig en heel ongedwongen. Kijk, dat vind ik nou leuk.

Vorige week was ik weer jarig. En dan zijn er altijd mensen die vragen of je nog “iets doet met je verjaardag.” Mensen die zelf altijd trouw hun verjaardag vieren volgens bovenstaand scenario en die dan toch willen komen als jij jarig bent. Ouders, schoonouders, zussen, vriendinnen. Affijn, laat ik ze dan maar op de koffie vragen, dacht ik, en ik nodigde ze uit om half elf voor “koffie en taart, soep en een broodje.”
Nou, ik doe het niet meer hoor.
De een moest iemand ophalen uit het ziekenhuis, de ander ‘had toch op ’s avonds gerekend’, de volgende woonde te ver weg om op de koffie te komen, en weer een ander moest werken. De volgende kon gewoon niet. Nummer negen wilde eerst naar cursus en tja, nummer tien reed met haar mee. Mijn vriendin belde om half twaalf dat ze zich verslapen had. Van een paar mensen hoorde ik gewoon helemaal niks.
Het einde van het liedje was dat er om 12 uur drie mensen kwamen en om 1 uur nog vier. We zaten gezellig in een kringetje. Bleh.

Volgend jaar vier ik het gewoon helemaal zoals ik het wil. Niet.

Geplaatst in Van die dingen | Een reactie plaatsen

Niks (2)

Tja, toen ik die mevrouw een paar weken later weer tegenkwam, ging ik natuurlijk wel even mijn excuses aanbieden. Want, wat gij niet wilt dat u geschiedt… affijn, tenslotte moet je toch samen weer door een bos, nietwaar.

Twee dagen later was ze weer in het bos, weer met loslopende hond. Tegelijk met een andere hondenmevrouw, ook met een rondspringend keffertje. Mevrouw 1 maande Bruno tot kalmte. “Ja,” zei ze tegen mevrouw 2, “hij blaft zo tegen haar.” “Ach,” zei mevrouw 2, “dat is toch over en weer?” Ze dacht dat mevrouw 1 bedoelde dat Bruno  tegen haar Fifi blafte. “Nee,” zei mevrouw 1,  “tegen haar, die hardloopster…” Toen pas zag mevrouw 2 dat er nog iemand was, een hardloopster, een mens, IK namelijk, op 3 meter afstand. Daarvoor had ze me domweg niet gezien, zoals zoveel hondenmevrouwen een vorm van acute slechtziendheid krijgen zodra er andere honden in beeld verschijnen.
“O…”, zei mevrouw 2, toen ze mijn aanwezigheid opmerkte. Ze keek naar me, maar tegelijk ook niet. Ze zag me niet echt, niet MIJ als persoon. Ze keek naar me alsof ik een Ding was. “O…” Meer niet.
En ik was eigenlijk net zo stom-verbaasd.

Geplaatst in Hardlopen | Een reactie plaatsen

Het. Weer. (2)

Hoe. Ze. Praten, onze weermannen en –vrouwen. Sommigen hebben een soort van eigen stijl, maar er zijn ook heel wat Erwin Kroll-klonen. Veel te veel naar mijn zin, want ik vind ze niet om aan te horen en te zien. “Tegen. De. Avond. Klaart. Het. Op.” Dansje naar de andere kant van het scherm. “Maaaaar… In. Het. Westen. Laat. De. Zon. Zich. Maar. Héééél. Eventjes. Zien.” Spijtige blik in de camera. “Helaas”. Pirouette naar rechts met zwaaiende arm. Brrr, ik kan het niet aanzien.

“Maar….. er zit een addertje onder het gras…” Jaja, dat is ook zoiets. Het weer neemt ons namelijk in het ootje, het doet niet wat het beloofd heeft. Het weer is namelijk niet meer een abstract gegeven, het weer is een meneer of mevrouw die iets doet of nalaat. En zich al of niet aan de normen houdt. Het weer doet maar wat. “Drie graden kouder dan waar we volgens de kalender recht op hebben,” hoor ik dan. Huh? Récht op hebben?? Ehh?? “Te koud voor de tijd van het jaar.” Minpuntje jongedame, volgende keer doen we beter ons best, he? Spreken we dat af?

Ik word er een beetje melig van, van de Krollen, want het weer is in mijn ogen iets wat we krijgen en waar we maar mee moeten dealen. Je kunt er over mopperen of ervan genieten, maar het weer IS gewoon, het is een gegeven. Het is Hier en Nu. Het is Zen.

Het weer daagt je uit om JA te zeggen tegen alles wat zich aandient. Om je niet te verzetten tegen regen of kou, of er ongelukkig van te worden, maar om je aan te passen. Om naar de lucht en de temperatuur te kijken en dan pas te besluiten wat je aantrekt, of dat je met de bus gaat. Je kunt het weer niet veranderen. Het enige wat je kunt doen is een paraplu meenemen of een extra vestje aandoen dat je kunt uittrekken als het toch warm wordt. So be it.

Geplaatst in Media | Een reactie plaatsen